style
Uiterlijk
- style
- sty·le (aanvoegende wijs)
| vervoeging van |
|---|
| stylen |
style
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stylen
- Ik style.
- gebiedende wijs van stylen
- Style!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stylen
- Style je?
- aanvoegende wijs van stylen
- Het woord style staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
style mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord styl
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| style | styles |
style
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| style | le style | styles | les styles |
style m
- (cultuur) stijl, manier van uitdrukken, vormgeven (in de literatuur, kunst, architectuur, mode, enz.)
- aard van een compositie
- woordenschat, uitdrukkingen, jargon van een bepaald taalgebruik in de techniek, administratie, e.d.
- gedrag, maniërisme van een persoon
- (spreektaal) type man of vrouw (tot wie men zich aangetrokken voelt), soort (van eten, muziek)
- (beschrijvende plantkunde) stijl; buisvormige, middelste gedeelte van de stamper
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Afrikaans
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Beschrijvende plantkunde in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Cultuur in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Beschrijvende plantkunde in het Frans