lifestyle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • life·style
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lifestyle lifestyles
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lifestyle m

  1. manier van doen en laten in je leven, de aard van de bezittingen die je hebt, de houding en gedachten die je hebt over je leven
    • De meeste jonge rappers hebben een andere stijl dan het trio van Zwart Licht. „Je moet laten zien dat je kan patsen want iedereen wil zo’n lifestyle. Het klinkt gewoon stoer. Veel stoerder dan ’ik moet rijst met ei eten vandaag omdat mijn moeder niet naar de voedselbank is geweest’”, zegt Akwasi.[2] 
    • De vertegenwoordiger van het zonnebrillenmerk laat aan RTL weten waarom hij voor Sylvie heeft gekozen. „We wilden niet een gewoon model, maar iemand met karakter. Een zonnebril is een belangrijk lifestyle-assecoire en daar past Sylvie perfect bij. Ze is zakenvrouw, model, tv-presentatrice, ze doet aan sport, is ook nog moeder, ze is daarom heel authentiek.”[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. lifestyle op website: Etymologiebank.nl
  2. de Telegraaf 26 feb. 2018
  3. de Telegraaf 19 feb. 2018