strijder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strij·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strijder strijders
verkleinwoord strijdertje strijdertjes

Zelfstandig naamwoord

strijder m

  1. een persoon die strijdt
    • Hij is een echte strijder. 
  2. een persoon die met vuur voor iets opkomt of werkt
    • Zij was een strijder voor dat bedrijf. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.