stretchen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stret·chen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Engels
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stretchen
stretchte
gestretcht
zwak -t volledig

Werkwoord

stretchen

  1. onovergankelijk het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie