-erik
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 27 |
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | -erik | -eriken |
| verkleinwoord |
- iemand met de door het grondwoord genoemde eigenschap
enige woorden met dit voorvoegsel die nog moeten worden aangebracht
- Het woord '-erik' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.