stinker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stin·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stinker stinkers
verkleinwoord stinkertje stinkertjes

Zelfstandig naamwoord

stinker m

  1. persoon die stinkt
  2. (scheldwoord) (informeel) gemeen persoon
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be