stilzwijgend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stil·zwij·gend

stilzwijgend [1]

Werkwoord

vervoeging van: stilzwijgen
verbogen vorm: stilzwijgende

stilzwijgend

  1. onvoltooid deelwoord van stilzwijgen


Woordafbreking
  • stil·zwij·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stilzwijgend stilzwijgender stilzwijgendst
verbogen stilzwijgende stilzwijgendere stilzwijgendste
partitief stilzwijgends stilzwijgenders -

Bijvoeglijk naamwoord

  1. zonder iets openlijk uitgesproken te hebben
    • Met de stilzwijgende deal zou de nieuwe coalitie - met elf raadsleden net één zetel groter dan de oppositie - spotten met de regels van de lokale democratie. [2] 
    • Ze hebben al een stilzwijgende afspraak met elkaar gemaakt. Wat de uitslag ook wordt, morgenochtend is er hoe dan ook contact tussen vader en zoon. ,,De winnaar gaat bellen. Pa kan dus een telefoontje van mij verwachten," zo lacht Gino Bosz. [3] 
Synoniemen
Vertalingen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen