stiefmoeder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stief·moe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stiefmoeder stiefmoeders
verkleinwoord stiefmoedertje stiefmoedertjes

Zelfstandig naamwoord

stiefmoeder v

  1. latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
    • Na verloop van tijd ging zijn stiefmoeder hem beter begrijpen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie