steekspel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Steekspel [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steek·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steekspel steekspelen
steekspellen
verkleinwoord steekspelletje steekspelletjes

Zelfstandig naamwoord

steekspel o

  1. (geschiedenis), (middeleeuwen), (spel) een spel waarbij twee ridders elkaar met lansen trachtten uit het zadel te werpen
    • Deelname aan een steekspel was zeker niet zonder risico. 
  2. een strijd tussen twee partijen die trachten elkaar beentje te lichten
    • Dit resulteerde in een langdurig juridisch steekspel. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: een juridisch steekspel
een pleit, een rechtsstrijd
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie