staatshoofd
Uiterlijk
- Geluid: staatshoofd (hulp, bestand)
- IPA: / ˈstatshoft / (2 lettergrepen)
- staats·hoofd
- samenstelling van staat en hoofd met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | staatshoofd | staatshoofden |
| verkleinwoord | staatshoofdje | staatshoofdjes |
het staatshoofd o
- (regering) iemand die in een staat het hoogste gezag bekleedt of personifieert
- De ontvoering van een staatshoofd, het goedpraten van de gewelddadige dood van een demonstrant, de juridische stalking van de baas van de Centrale Bank en het bedreigen van een bondgenoot omdat je een deel van zijn grondgebied begeert: Donald Trump is het jaar 2026 ontremd begonnen.[1]
1. iemand die in een staat het hoogste gezag bekleedt of personifieert
- Het woord staatshoofd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "staatshoofd" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.nrc.nl (21 jan 2026)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Regering in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %