støvel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: stövel
[1] Støvler.
Laarzen.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • stø·vel

Zelfstandig naamwoord

støvel m

  1. laars
    «Alle føtter er forskjellige, og selv den beste støvel blir feil hvis den ikke passer din fot.»
    Alle voeten zijn verschillend en zelfs de beste laarzen zijn verkeerd als ze niet passen op je voeten.
  2. (spreektaal) laars
    «Verdens mest interessante støvel må hete Italia.»
    De meest interessante laars van de wereld moet Italië genoemd worden.
  3. een laatdunkend persoon.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   støvel     støvelen     støvler     støvlene  
genitief   støvels     støvelens     støvlers     støvlenes  
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] Være på støvlene., På en støvel.

  • Lichtelijk aangeschoten.

[1] Slå en ned i støvlene.

  • Iemand aftuigen, superieur afserveren.
  1. «Hun slo ham ned i støvlene i poker.»
    Hij versloeg hem overlegen in het pokerspel.

[1] Et par støvler.

  • Een paar laarzen.

[1] Dø med støvlene på.

  • Plotseling en onverwacht sterven.

[2] Den italienske støvel.

  • De Italiaanse laars.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • stø·vel

Zelfstandig naamwoord

støvel m

  1. laars
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   støvel     støvelen     støvlar     støvlane  
genitief                
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] Vere på støvlane., På ein støvel.

  • Lichtelijk aangeschoten.

[1] Slå ein ned i støvlane.

  • Iemand aftuigen, superieur afserveren.

[1] Eit par støvlar.

  • Een paar laarzen.

[1] gå i støvlar og regnklede

  • In laarzen en regenkleding lopen.

[1] Døy med støvlane på.

  • Plotseling en onverwacht sterven.