spiritueel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spi·ri·tu·eel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onstoffelijk, geestig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1378 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen spiritueel spiritueler spiritueelst
verbogen spirituele spirituelere spiritueelste
partitief spiritueels spirituelers -

Bijvoeglijk naamwoord

spiritueel

  1. (religie), (psychologie) met betrekking tot de geest
    • Oorspronkelijk had Yoga in het Oosten vooral een spiritueel karakter. 
     Terwijl ik door het platte landschap liep raakte ik in een soort trance, heerlijk verdoofd ging alles op de automatische piloot en liep ik mijn spirituele fase in.[2]
Synoniemen
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen