speelwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een trommel met nokken van een speelwerk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speel·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speelwerk speelwerken
verkleinwoord speelwerkje speelwerkjes

Zelfstandig naamwoord

speelwerk o

  1. (muziekinstrument) (techniek) een (elektro-) mechanisch aangedreven constructie waarmee men muziekinstrumenten kan laten spelen
    • Het speelwerk van het carillon wordt binnenkort vervangen door een computergestuurd apparaat. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.