spaander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaan·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaander spaanders
verkleinwoord spaandertje spaandertjes

Zelfstandig naamwoord

spaander m

  1. langwerpig stukje hout dat bij het hakken afvalt
    • Rondom het houtblok bedekten spaanders de vloer. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • geen spaander heel laten van
    vernietigende kritiek leveren op
Spreekwoorden
  • waar gehakt wordt, vallen spaanders
    waar gewerkt wordt, worden ook wel fouten gemaakt
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen