solvent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sol·vent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘in staat om te betalen’ voor het eerst aangetroffen in 1476 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord solvent solvents
verkleinwoord solventje solventjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord.

Zelfstandig naamwoord

solvent

  1. (scheikunde) oplosmiddel (vaak een agressieve stof)
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen solvent solventer solventst
verbogen solvente solventere solventste
partitief solvents solventers -

Bijvoeglijk naamwoord

solvent o [3]

  1. (financieel) in staat aan al zijn geldelijke verplichtingen te voldoen, in staat te betalen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen