solventie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sol·ven·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord solventie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

solventie v [1]

  1. (economie) het solvent zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen