sofapatat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·fa·pa·tat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sofapatat sofapatatten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sofapatat v/m

  1. (maatschappij), (neologisme) (vooral in België) een persoon die gaarne op de sofa zit en veel televisie kijkt maar nauwelijks actief leven heeft; een saai persoon
Hyperoniemen