Naar inhoud springen

soesa

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soe·sa
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord soesa -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de soesam

  1. gebeurtenissen of bezigheden die meer aandacht vereisen dan wenselijk is
    • Ach, wat een soesa... Ik heb nooit zooveel soesa gekend, Oerip...[3] 
     Door de soesa die de media over stormen en stormschade maken zouden jonge Nederlanders kunnen gaan geloven dat we in een tijd van ongekend windgeweld leven.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen