soesa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • soe·sa
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘drukte’ voor het eerst aangetroffen in 1875 [1]
  • van Indonesisch susah
enkelvoud meervoud
naamwoord soesa -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

soesa m

  1. zorgen, problemen, frustraties
    • Ach, wat een soesa... Ik heb nooit zooveel soesa gekend, Oerip...[2] 

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen