sluiter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slui·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sluiter sluiters
verkleinwoord sluitertje sluitertjes

Zelfstandig naamwoord

sluiter m

  1. een element van een fotocamera dat voorkomt dat er licht op de film (en soms ook bij CCD) valt buiten de belichtingstijd van een foto
    • Doordat de sluiter bleef hangen is de foto mislukt. 
  2. iemand die sluit
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie