sleg
Uiterlijk

- sleg
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sleg | sleggen |
| verkleinwoord | slegje | slegjes |
- (gereedschap) een zeer grote hamer, veelal van hout en met een lange steel (1 meter)
- Een sleg gebruikt men vooral om paaltjes in de grond te slaan.
- Het woord sleg staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sleg" herkend door:
| 16 % | van de Nederlanders; |
| 16 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| stellend | attributief | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|---|
| sleg | slegte | slegter | slegste |
sleg
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 16 %
- Prevalentie Vlaanderen 16 %
- Woorden in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Afrikaans