sika

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·ka
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sika sika's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sika m/v

  1. (zoogdieren) benaming voor een hoefdier Cervus nippon op Wikispecies, uit de onderfamilie der echte herten Cervinae op Wikispecies
     Voor de wereldprimeur is het Nationaal Instituut voor Agronomisch Onderzoek (Inra) in Clermont-Ferrand verantwoordelijk, in samenwerking met het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Parijs dat meerdere hertensoorten, in het bijzonder ook sika's, logies geeft.[2]
  2. (insecten) (Suriname) parasiet waarvan het wijfje zich in de huid van mensen boort, Tunga penetrans op Wikispecies
     Aanvankelijk veroorzaakt de sika een hevig jeuken.[3]
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. sika op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 8 juni 2020 Weblink bron “Wijfjeshert baart Japans sikakalf na invitrobevruchting” (20 oktober 2006) op gva.be
  3. Bronlink geraadpleegd op 8 juni 2020 Weblink bron H.J.V. Siphonaptera, Martinus Nijhoff/E.J. Brill, Den Haag/Leiden in: Herman Daniël Benjamins & J.F. Snelleman (red.) Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië. (1914-1917), p. 632


Iloko

Persoonlijk voornaamwoord

sika

  1. jij