schuilhol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuil·hol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuilhol schuilholen
verkleinwoord schuilholletje schuilholletjes

Zelfstandig naamwoord

schuilhol o [1]

  1. weinig comfortabele plaats waar iemand zich verborgen of schuilt houdt voor gevaar
    • In hun schuilhol vond de politie een enorm organigram met namen van geplande slachtoffers, tijdschema's, pijltjes naar opsporingsorganen en massamedia. "Heel bizar, maar ze waren echt gevaarlijk. Ze wisten hoe ze met springstof om moesten gaan." [2] 
    • Verder meldden de Amerikaanse strijdkrachten zondag dat er bij het schuilhol geen communicatieapparatuur was aangetroffen. Een militaire zegsman zei dat dit feit zijn opvatting onderstreepte dat de ex-president niet persoonlijk aanvallen op coalitietroepen coördineerde. [3] 
    • De vogels in Blijdorp zijn door de eerder zo zachte winter een beetje van slag. Een stel lepelaars is daardoor gaan broeden. De verzorgers hebben de jongen die nu net zijn geboren, in de couveuse gelegd, aldus de woordvoerster. Hoewel de gorillafamilie verwarmde schuilholen buiten heeft, kiest ze volgens haar ook voor een verwarmd plekje in het verblijf. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC C. van Zwol 7 juni 2003 De rauwe orde in de misdaadhoofdstad
  3. Reformatorisch Dagblad 15 december 2003 „Berechting Saddam in Irak”
  4. Het Parool 2 februari 2012 Tijger, bizon en ijsbeer blijven in dierentuin gewoon buiten
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be