sas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: saz
Uitspraak
Woordafbreking
  • sas
enkelvoud meervoud
naamwoord sas sassen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sas

  1. o schutsluis [1] [2]
  2. m v snel verbrandend mengsel voor vuurwerk en als ontstekingsmiddel {{ebank|sas3 (vuurwerk)} [3]
  3. m v (gereedschap) drevel [4] [5] [6]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in zijn sas zijn [7]
    • in zijn schik zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
sassen

sas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sassen
    • Ik sas. 
  2. gebiedende wijs van sassen
    • Sas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sassen
    • Sas je? 


Hongaars

Uitspraak
  • IPA: /ˈʃɒʃ/

Zelfstandig naamwoord

sas

  1. (dierkunde) arend