sadist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·dist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sadist sadisten
verkleinwoord sadistje sadistjes

Zelfstandig naamwoord

sadist m

  1. iemand die (seksueel) genot ontleent aan het pijnigen van een ander
    • Sadisten werken graag als ondervragers of in het gevangeniswezen. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie