ruilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ruilen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rui·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ruilen
ruilde
geruild
zwak -d volledig

Werkwoord

ruilen

  1. (economie) overeenkomen bezit tegen dat van een ander uit te wisselen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ruilen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruil

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

ruilen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruil
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl