roulade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] roulade
Uitspraak
Woordafbreking
  • rou·la·de
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord roulade roulades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

roulade v [2]

  1. stuk opgerold vlees
    • Zakenreizigers kunnen genieten van gerechten als roulade van konijn met een pesto-aardappelsalade en compote van oranje pompoen of kip met ananaskebab met ratatouillesalade en een zoetzure saus. [3] 
    • In de guide Gault Millau staat de keuken te boek als klassiek, maar die blijkt in praktijk toch moderne en zelfs modieuze invloeden te kennen. Zo zien we 'met honing gelakte rivierpaling' en 'zwarte pasta' op de kaart staan. 'Kikkerhammetjes' en 'Bretoense kreeft gebakken met konijningewanden' doen de wenkbrauwen fronsen, bij 'ratte aardappelen' en 'roulade van zeespin met pompoenpittenolie' komen vraagtekens in de ogen. [4] 
  2. (muziek) kort melodietje
Synoniemen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. roulade op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Reformatorisch Dagblad 26-10-2007 Topkok in de wolken
  4. NRC Joep Habets 30 april 1998 Een villa in Oostende
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be