roerganger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roer·gan·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van roer en gaan met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord roerganger roergangers
verkleinwoord roergangertje roergangertjes

Zelfstandig naamwoord

roerganger m

  1. (scheepvaart) degene die aan het roer staat
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.