roddelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rod·de·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
roddelen
roddelde
geroddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

roddelen

  1. op een vervelende manier over anderen praten
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen