roddelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rod·de·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roddelaar roddelaars
verkleinwoord roddelaartje roddelaartjes

Zelfstandig naamwoord

roddelaar m

  1. iemand (meestal een man) die (veel) roddelt
    De roddelaar vertelde allerlei onwaarheden over anderen.
Afgeleide begrippen