slachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slach·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
slachten
/'slɑxtə(n)/
slachtte
/'slɑxtə/
geslacht
/ɣə'slɑxt/
zwak -t volledig

Werkwoord

slachten

  1. (overgankelijk) een dier doden voor het vlees of als offer. [1]
    Zij slachtten een lam voor het feestmaal.
  2. lijken op [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl