ripper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rip·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ripper rippers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ripper m

  1. iemand die ript (berooft)
  2. (informatica) een stukje software om gegevens (meestal gaat het om audio- of videobestanden met copyright) te kopiëren naar een computer
  3. rooier, grondbewerker
Hyponiemen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak

Werkwoord

ripper

  1. (spreektaal) rippen (van cd) [1]

Verwijzingen