berijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bereiden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berijden
bereed
bereden
klasse 1 volledig

Werkwoord

berijden

  1. overgankelijk het voortbewegen op een rijdier, zoals een paard of een voertuig zoals een fiets
    • Zij bereden prachtige paarden. 
  2. overgankelijk het rijden over een bepaalde weg
    • Nu de dooi de ijzel heeft doen smelten zijn de meeste wegen weer goed te berijden. 
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.