reukzin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reuk·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reukzin
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reukzin v/m

  1. de mogelijkheid tot het waarnemen van geuren
    Mensen die hun reukzin verloren hebben, klagen vooral over het feit dat hun voedsel niet meer smaakt.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Marc Brysbaert, Psychologie, 2006