overschot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·schot
enkelvoud meervoud
naamwoord overschot overschotten
verkleinwoord overschotje overschotjes

Zelfstandig naamwoord

overschot o

  1. wat er overblijft, de rest
    Het overschot aan eten werd aan de hond gevoerd.
Uitdrukkingen en gezegden
  • het stoffelijk overschot
lichaam van overledene (meer respectvol dan lijk)

Meer informatie

Vertalingen