overschot
Uiterlijk
- over·schot
- samenstelling van over en schot
- Naamwoord van handeling van overschieten
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overschot | overschotten |
| verkleinwoord | overschotje | overschotjes |
het overschot o
- wat er overblijft, de rest
- Het overschot aan eten werd aan de hond gevoerd.
- een teveel
- ▸ Sterker nog: er is zelfs een overschot aan vrijwilligers.[1]
- het stoffelijk overschot
- ∗ Het stoffelijk overschot zou dan in een verzegelde loden kist kunnen worden vrijgegeven voor de begrafenis.[2]
1. wat er overblijft, de rest
- Het woord overschot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overschot" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Schuttersfeest op volle toeren dankzij vrijwilligers: 'Goed voor saamhorigheid'” (6-7-2025), NOS - ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %