rammer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • ram·mer
Naar frequentie 1807

Werkwoord

rammer

  1. tegenwoordige tijd van ramme


Noors

Woordafbreking
  • ram·mer
Naar frequentie 6537

Werkwoord

rammer

  1. tegenwoordige tijd van ramme

Zelfstandig naamwoord

rammer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van ram

Zelfstandig naamwoord

rammer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van ramme


Nynorsk

Woordafbreking
  • ram·mer

Zelfstandig naamwoord

rammer, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van ramme