Naar inhoud springen

puntje

Uit WikiWoordenboek
  • punt·je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord puntje puntjes

hetpuntjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord punt
  2. alleen verkleinwoord (voeding) langwerpig broodje
  • puntje bij paaltje komen
als het er echt op aankomt
 Ik heb drie dagen vreselijk mijn best gedaan om aardig te zijn tegen drie vreemde vrouwen, maar als puntje bij paaltje komt, kijken ze niet eens naar me om.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be