prune

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

 
1. roodpaarse kleur als van een pruim
Uitspraak
Woordafbreking
  • pru·ne
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen prune
verbogen -
partitief prunes

Bijvoeglijk naamwoord

prune

  1. (kleur) roodpaarse kleur als van een pruim
    • Maar de oogmake-up kan ook zeer terughoudend zijn, terwijl de lippen juist uitdagen door een felle tint. In beide gevallen krijgen de ogen een bescheiden accent van rosé of koraal. Er wordt gewerkt met donkere tinten als prune, henna en indigo en met lichte neutrale tinten als caramel, sepia en theeroos. [3]
    • Het wordt nu in alle nieuwe kleuren vervaardigd: bruin, olijfkleur, brons, grijs, prune, plum en damsou (damast pruim) kleur, verschillende nuances groen, waaronder reseda, myrthe en een bijzonder fraaie nieuwe tint „vert de lumière." [4]
Synoniemen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

prune v

  1. pruim
  2. (spreektaal) prent, bon, bekeuring
    «Je me suis chopé une prune parce que je m’étais garé sur la place pour handicapés.»
    Ik heb een bon gekregen omdat ik had geparkeerd op de parkeerplaats voor gehandicapten. [1]
  3. (spreektaal) mep, klap [1]

Bijvoeglijk naamwoord

prune

  1. (kleur) prune, pruimkleurig
Overerving en ontlening

Verwijzingen