prop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prop proppen
verkleinwoord propje propjes

Zelfstandig naamwoord

prop v/m

  1. samengepakte massa weefsel of papier, vaak gebruikt om iets af te stoppen
    Hij zat propjes te schieten.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
proppen

prop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
    Ik prop.
  2. gebiedende wijs van proppen
    Prop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
    Prop je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
prop props

Zelfstandig naamwoord

prop

  1. een voorwerp dat gebruikt wordt in een toneelstuk of verfilming.