prop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prop proppen
verkleinwoord propje propjes

Zelfstandig naamwoord

prop v/m

  1. samengepakte massa weefsel of papier, vaak gebruikt om iets af te stoppen
    • Hij zat propjes te schieten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
proppen

prop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
    • Ik prop. 
  2. gebiedende wijs van proppen
    • Prop! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
    • Prop je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
prop props

Zelfstandig naamwoord

prop

  1. een voorwerp dat gebruikt wordt in een toneelstuk of verfilming.