stut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stut
enkelvoud meervoud
naamwoord stut stutten
verkleinwoord stutje stutjes

Zelfstandig naamwoord

stut m

  1. een voorwerp dat ter ondersteuning onder een ander voorwerp geplaatst wordt
    Die boom heeft een goede stut nodig om niet om te vallen.

Werkwoord

vervoeging van
stutten

stut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stutten
  2. gebiedende wijs van stutten