stut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stut
enkelvoud meervoud
naamwoord stut stutten
verkleinwoord stutje stutjes

Zelfstandig naamwoord

stut m

  1. een voorwerp dat ter ondersteuning onder een ander voorwerp geplaatst wordt
    • Die boom heeft een goede stut nodig om niet om te vallen. 

Werkwoord

vervoeging van
stutten

stut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stutten
  2. gebiedende wijs van stutten

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders
76 % van de Vlamingen.

Meer informatie