pronker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pron·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pronker pronkers
verkleinwoord pronkertje pronkertjes

Zelfstandig naamwoord

pronker m [1]

  1. iets of iemand die zich mooier voordoet dan hij of zij eigenlijk is
    • De grootste pronker van het dierenrijk is niet pauw, hert of neushoornkever, maar het nederige fruitvliegje. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen