procent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·cent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘percent’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord procent procenten
verkleinwoord procentje procentjes

Zelfstandig naamwoord

procent o

  1. (wiskunde) een honderdste deel, weergegeven met symbool %
    • De olieprijs was weer een paar procent gestegen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen