procent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·cent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘percent’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord procent procenten
verkleinwoord procentje procentjes

Zelfstandig naamwoord

procent o

  1. (wiskunde) een honderdste deel, weergegeven met symbool %
    • De olieprijs was weer een paar procent gestegen. 
     Het is zeven kilometer klimmen naar 1148 meter en er zitten huiveringwekkende stijgingspercentages tussen, van boven de 20 procent. Het is de vierde keer dat de Tour de berg aandoet, na etappes in 2012, 2014 en 2017.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen