privéleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·vé·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord privéleven privélevens
verkleinwoord privéleventje privéleventjes

Zelfstandig naamwoord

privéleven o

  1. de tijd die besteed wordt aan persoonlijke bezigheden
    • Heb je na al die werkzaamheden nog wel voldoende tijd voor je privéleven? 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be