preparaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·pa·raat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord preparaat preparaten
verkleinwoord preparaatje preparaatjes

Zelfstandig naamwoord

preparaat o

  1. (wetenschap) bereiding van chemische stof, geneesmiddel etc.
  2. (biologie) deel van plantaardig of dierlijk weefsel gereed voor microscopisch-anatomisch onderzoek
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen