posse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

posse m

  1. (spreektaal) posse, groep, bende
    «Quand les keufs sont venus, avec le posse, j’ai couru comme un bandit.»
    Toen de smerissen kwamen heb ik met mijn posse gerend als een bandiet. [1]

Verwijzingen


Latijn

Woordafbreking
  • pos·se
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
posse possum potuī -
onregelmatig volledig

Werkwoord

posse

  1. kunnen


Portugees

Woordafbreking
  • pos·se
enkelvoud meervoud
posse posses

Zelfstandig naamwoord

posse v

  1. bezit