polyglot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ly·glot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord polyglot polyglotten
verkleinwoord polyglotje polyglotjes

Zelfstandig naamwoord

polyglot m

  1. iemand die veel talen goed kent
    Hij is een echte polyglot.
Vertalingen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl