pogrom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·grom
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘razzia tegen joden’ voor het eerst aangetroffen in 1905 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord pogrom pogroms
verkleinwoord pogrommetje pogrommetjes

Zelfstandig naamwoord

pogrom m [3]

  1. razzia tegen Joden
  2. gewelddadige aanvallen op bepaalde groepen: etnisch, religieus etc., vooral gekarakteriseerd door de vernietiging van hun omgeving (huizen, bedrijven, religieuze centra)
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders
40 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen