razzia

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raz·zia
Woordherkomst en -opbouw
  • ontleend aan het Noord-Afrikaans-Arabische 'ḡāziya' (strooptocht) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord razzia razzia's
verkleinwoord razziaatje razziaatjes

Zelfstandig naamwoord

razzia v / m

  1. politionele drijfjacht
    Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt razzia vooral geassocieerd met de jacht op o.a. joden door de Duitse bezettingsmacht
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl