plioceen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pli·o·ceen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plioceen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

plioceen o

  1. (geologie) geologisch tijdperk waarin de eerste mensachtigen verschenen, tweede en laatste tijdvak van het periode neogeen, van 5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden
    • Reeds op het laatst van het plioceen begon het in Europa koeler te worden; (…) [4]
Schrijfwijzen
  • Vóór 2006 was de spelling Plioceen. In specialistische publicaties blijft volgens de Taalunie spelling met een hoofdletter mogelijk, zie hier.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen plioceen
verbogen pliocene
partitief plioceens

Bijvoeglijk naamwoord

plioceen

  1. uit het plioceen, of met betrekking tot dat tijdperk

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen