planta

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Werkwoord

vervoeging van
planter

planta

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd (passé simple) van planter


Portugees

enkelvoud meervoud
planta plantas

Zelfstandig naamwoord

planta v

  1. plant


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • plan·ta
enkelvoud meervoud
planta plantas

Zelfstandig naamwoord

planta v

  1. plant
  2. verdieping (gebouw)
  3. ~ del pie voetzool
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
plantar

planta

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van plantar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van plantar