permanente

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·ma·nen·te

Bijvoeglijk naamwoord

permanente

  1. verbogen vorm van de stellende trap van permanent


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • perm·a·nents
Woordherkomst en -opbouw
  • Noorse bijvoeglijk-naamwoordsvorm met het voorvoegsel per-
Naar frequentie 32978

Bijvoeglijk naamwoord

permanente

  1. onbepaald meervoud stellende trap van permanent

permanente

  1. bepaald stellende trap van permanent

mest permanente

  1. bepaald meervoud overtreffende trap van permanent


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • perm·a·nents
Woordherkomst en -opbouw
  • Nynorske bijvoeglijk-naamwoordsvorm met het voorvoegsel per-

Bijvoeglijk naamwoord

permanente

  1. onbepaald meervoud stellende trap van permanent

permanente

  1. bepaald stellende trap van permanent

mest permanente

  1. bepaald meervoud overtreffende trap van permanent


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·ma·nen·te
enkelvoud meervoud
permanente permanentes

Zelfstandig naamwoord

permanente v

  1. permanent, langdurige haargolf
Verwante begrippen
  enkelvoud meervoud
mannelijk permanente permanentes
vrouwelijk permanente permanentes

Bijvoeglijk naamwoord

permanente

  1. blijvend, duurzaam, permanent
Synoniemen